Skip to main content

Bijstandsuitkeringen (per trede)

Klantmanagers delen Almeerse uitkeringsgerechtigden in op de zogeheten participatieladder, afhankelijk van de ingeschatte afstand tot de arbeidsmarkt:

  • Trede 0: zorgmijdend. Enkele klanten hebben complexe problemen en mijden zorg.
  • Trede 1: zorg en hulpverlening. Bij deze klanten is eerst zorg en hulpverlening nodig voordat activering mogelijk is.
  • Trede 2: sociale activering. Deze klanten krijgen ondersteuning bij het doorbreken van hun sociale isolement en bij het ondernemen van activiteiten buitenshuis.
  • Trede 3: arbeidsactivering. Deze klanten worden gestimuleerd om onbetaald werk te doen, om zo arbeidsvaardigheden op te doen.
  • Trede 4: arbeidstoeleiding. Deze klanten krijgen hulp bij het zoeken, vinden en behouden van regulier betaald werk.
  • Trede 5: regulier werk met ondersteuning. Deze klanten krijgen ondersteuning, omdat zij door een arbeidsbeperking niet het minimumloon kunnen verdienen. Ook hun werkgevers kunnen ondersteuning vragen bij het in dienst nemen en houden van deze klanten.
  • Trede 6: regulier werk zonder ondersteuning. Sommige klanten met kleine, tijdelijke banen krijgen aanvullende inkomensondersteuning vanuit de bijstand.
  • Trede onbekend: er zit altijd enige tijd tussen instroom in de bijstand en bepaling van de trede. Soms stromen klanten uit voordat hun trede is bepaald.

De cijfers over de trede-indeling geven op dit moment geen volledig juist beeld. De gemeente registreert de trede-indeling zo veel mogelijk bij de start van de uitkering. Stijgingen of dalingen op de participatieladder tijdens de uitkeringsperiode worden echter niet in alle gevallen juist bijgehouden. Ook denkt de gemeente na over een andere indeling om de afstand tot de arbeidsmarkt te bepalen.